Topvoetballers zijn per definitie hoogbegaafd

Als jonge onderzoeker bekeek Erik Matser (1963) hersenschade bij boksers en kopsterke spitsen. Als gelouterd wetenschapper helpt Matser topsporters -en met name die van Chelsea- nog beter gebruik te maken van hun hersenen. ‘Ze hebben zelf niet in de gaten hoe intelligent ze zijn.’ (1541 woorden, vier beelden)

De bal aan een touwtje
De hamvraag: als een sporter -zeg een voetballer- een bal moet ontvangen en weer doorspelen, moet die rekening houden met de vorm, snelheid en baan van de bal, de plaats, baan en snelheid van tegenstanders, en hetzelfde van medespelers. Wat gebeurt er in die secondes in de hersenen, en wat onderscheidt dat proces van rekenen. Kortom, was Cruyff een uitmuntende wiskundige, zonder dat te beseffen?

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.