Hoe talent, droefenis, een ongeluk en toch weer geluk het bewogen leven tekenden van meesterviolist Herman Krebbers

Woensdag overleed meesterviolist Heman Krebbers (1923).  Krebbers was begiftigd met een groot talent. Een talent dat hem op jeugdige leeftijd uit een warm, geborgen gezin wegsleepte. ‘Ik heb daar een heimwee opgebouwd die nooit meer is verdwenen.’  (2012 woorden)
“Hoe talent, droefenis, een ongeluk en toch weer geluk het bewogen leven tekenden van meesterviolist Herman Krebbers” verder lezen

De Nepalese Rus Anish Giri was op zijn vijftiende ook al niet snel van zijn stuk te brengen

Schaaknederlander Anish Giri won (ex- aequo, en daarna verlies in de tiebreak) vanmiddag bijna het prestigieuze Tata Steel Chess, voorheen Hoogovens Schaaktoernooi, dat in 1985 de laatste Nederlandse winnaar kende in Jan Timman. Ik vroeg Giri acht jaar geleden -toen was hij vijftien- naar zijn talent, zijn plafond, zijn idool en naar  de rol van factor toeval. ‘Of het toeval is, of het in mijn bloed zit, ik weet het niet. Ik denk wel dat de verhuizing naar Nederland belangrijk is geweest.’ “De Nepalese Rus Anish Giri was op zijn vijftiende ook al niet snel van zijn stuk te brengen” verder lezen

Je moet geduld kunnen hebben

Componist Simeon ten Holt (1923) begon relatief laat met uitblinken. Inmiddels wordt zijn Canto Ostinato (‘koppig lied’) tot in alle uithoeken van de wereld met groot en nog steeds toenemend succes uitgevoerd. ‘Er is een tijd van rijpen nodig. Je moet niet voor zijn tijd iets afmaken. Dat moet je niet doen.’ (1941 woorden)
“Je moet geduld kunnen hebben” verder lezen

De fotocamera van Ruben Terlou is zijn ticket naar de wereld

Voor onderwijstijdschrift Talent interviewde ik eind 2011 -vandaag ruim zes jaar geleden- talentvolle studenten die het lukte hun meervoudige talenten te benutten. Aan het woord ook Ruben Terlou, destijds een jonge fotograaf en aankomend arts. ‘Ik dacht: ik ben echt een sukkel, ik ben echt niet slim.’ “De fotocamera van Ruben Terlou is zijn ticket naar de wereld” verder lezen

Geen uitblinker

Zondagavond is Hedy d’Ancona zomergast. Ter voorbereiding een repub van een interview uit 2011, waaruit een veelzijdige vrouw tevoorschijn komt. Hedy d’Ancona bewoog en beweegt zich als oorlogskind, cabaretière, wetenschapper, feministe, moeder, televisiemaker, onderzoeker, politica, minister, vrouw van minister, auteur, opzij-oprichter, en nu: bestuurder en vrouw van een beroemd kunstenaar, in veel verschillende werelden. ‘Het is me eigenlijk allemaal een beetje komen aanwaaien.’ (1805 woorden)
“Geen uitblinker” verder lezen

Noblesse oblige

Aarnout Loudon (1936) was succesvol springruiter, ondernemer, politicus en bestuurder. De als jonkheer geboren Loudon begon net als iedereen onderaan de ladder in het berdijfsleven, om bovenaan te eindigen: als chief executive officer (CEO) van multinational Akzo. ‘Met die stukjes bagage kon ik telkens weer verder. Alles bij elkaar heeft me dat tot een topman gemaakt.’ (1766 woorden)
“Noblesse oblige” verder lezen

Geen allround mens

Marte Röling (1939) werd een van de succesvolste naoorlogse kunstenaars van Nederland. Heel onverwacht was dat niet, voor haarzelf tenminste. ‘Ik heb zelf al heel jong bedacht dat ik later zou gaan schilderen. Dat ik daar mijn leven lang mee bezig zou zijn. Je kunt het saai noemen, zelfs fantasieloos. Maar iets anders kwam gewoon niet in mijn kop.’ (1943 woorden, zeven beelden)

Vrouw tussen de mannen

Vrouwelijke Uitblinkers senior zijn niet eenvoudig te vinden, vrouwen werden immers niet geacht uit te blinken. Het bestuurlijk talent van Tineke Schilthuis (1921) ging niet verloren. Schilthuis werd een van de eerste politica, de allereerste Commissaris der Koningin en daarmee een boegbeeld van de vrouwenbeweging. ‘Ik vond dat niet moeilijk. Ik deed dat gewoon en grinnikte erom.’ (1694 woorden)

Ouwe Jongen

Juni 2010 mocht ik (voor een onderwijstijdschrift) een held interviewen. Het was een heerlijke zomerdag en HJA was in vorm. Buiten sliep Amsterdam-Zuid een voetbalroes uit, dichterbij ritselde de jongere vriendin, ooit opgepikt in café Hesp. We zaten in zijn kantoortje, met om ons heen de gevonden voorwerpen en knutsels die zo vaak terugkomen in zijn geschreven werk. En een asbak, want HJA rookte stevig door. Uit een groen pakje waaruit ik er ook eentje mocht. (1852 woorden)

Plezier overwint alles

Judoka Anton Geesink (1934) blonk jarenlang uit als sportman. Hij begon als veertienjarige met judo, werd op zijn zeventiende Nederlands kampioen, en reeg daarna ruim vijftien jaar lang de ene titel aan de andere, inclusief Europese titels, wereldkampioenschappen en een blinkend gouden Olympische medaille. Geesink deed dat op geheel eigen wijze. ‘Vreugde is essentieel. Je moet je niet richten op de prestatie, maar op het plezier.’ (1762 woorden)