Nongame voor nongamers

Op de televisiereclame zien we een man die een oude schoolvriend tegenkomt, maar diens naam vergeten is. Herkenbaar, voor wie de vijfendertig is gepasseerd. Erg is het niet, soms wel ergerlijk. De oplossing, zegt de televisiereclame, is het spelen van braintraining, een nieuw spel van gamegigant Nintendo. In zowel Japan als de VS zijn er al twee miljoen stuks verkocht.

Braintraining is een nongame voor nongamers. Een nongame is een spel zonder vette graphics en virtuele tegenstanders. Met braintraining spelen we vooral tegen onszelf, hoewel de scores van vrienden en familieleden stimulerend werken. Hoofddoel is het stimuleren van de prefrontale cortex en andere roestige delen van de hersenen.

De verzinner van braintraining is een Japanse wetenschapper wiens gelaat we in het spel ook veelvuldig tegenkomen, dr. Ryuta Kawashima. Kawashima –we mogen hem aanspreken met Brillie!, waarna zijn hoofd geinig gaat schudden- schreef verscheidene boeken over het trainen van hersenen, met oefeningen om het bloed wat sneller door de kwabben te laten stromen, waardoor het geheugen beter zou gaan werken. Wetenschappelijke bewijzen voor het nut van hersentraining bestaan, maar tegenbewijzen bestaan ook.

Afgezien van de wetenschappelijke waarde is braintraining (€30) best een leuk spelletje, vindt het testpanel. Braintraining wordt gespeeld op een Nintendo DS (€130, ook geschikt voor andere games), een soort gameboy met een dubbel schermpje, dat je als een boek openklapt. Links (of rechts voor linkshandigen) verschijnen de opdrachten. Dat zijn in het begin vooral rekensommetjes. Rechts schrijven we de antwoorden, waarbij de speler zich qua schrijfstijl enigszins naar Nintendo moet voegen, anders leest die alles fout. De Nintendo kan ook luisteren, mits de gesproken antwoorden goed gearticuleerd worden..

Naar gelang we vaker spelen wordt het arsenaal oefeningen uitgebreid met moeilijker opdrachten als ‘driehoeksrekenen’ of het tijdsverschil tussen twee klokken, waarbij snelheid leidt tot hoge scores. Het leukste onderdeel is huisbezoek: poppetjes tellen die in en uit een huisje rennen, zelfs door de schoorsteen. Niet te volgen.

Tussen de trainingen door mag het testpanel dagelijks de hersenleeftijd meten, in drie korte oefeningen rond geheugencapaciteit en reactiesnelheid. De eerste maal is ieders hersenleeftijd tachtig. De volgende dag al treedt verbetering op en vervolgens schommelen de veertigplussers rond de vijfentwintig, met een enkele uitschieter naar twintig –hoger kan niet- op een klaarlichte dag. De achters en tieners van het gezin blijven daar bij achter, wat voor de veertigers best lekker voelt. Oma en opa krijgen het ding niet onder de knie.

In het competitieve schuilt de grootste aantrekkingskracht van braintraining. De eerste weken is het vechten om het spel. Zelfs worden er spiekbriefjes en andere slinkse methoden gevonden om de highscores op te krikken. Na een maand, wanneer alle oefeningen geopend én doorgrondt zijn, neemt de uitdaging van het spel alras af.

De opvolger –big brain academy, waarin ditmaal het volume van de hersens wordt gemeten- ligt al klaar. In Japan is men inmiddels aan een derde variant begonnen. We kunnen natuurlijk ook een cursus astronomie beginnen, of een taal als Arabisch leren, die veel meer van je hersens vraagt en waar je ook nog wat aan hebt. Of terugvallen op galgje, boter-kaas-en-eieren of nog beter: eigengemaakte raadseltjes en spelletjes. Want daar – treedt vooral vaak buiten je eigen gewoontepatroon, is ook wetenschappelijk bewezen- wordt je namelijk het allerslimst en bovendien het gelukkigst van.

Geef een reactie