Ode aan een dorp en zijn avondvierdaagse

Om nog even terug te komen op de voorbije week; voor thuisblijvers zal een avondvierdaagse weinig meer zijn dan strompelend over elkaars benen in lange rijen over stoffige bospaden defileren. Toegegeven, uit mezelf zou ik er niet snel op komen. Gezond lijkt het me verder ook niet; menig arts zal afraden om zich bij tropische temperaturen door wolken smog en laaghangend fijnstof in te spannen, al is sjokken een betere omschrijving.

Toch is het altijd weer een erg fijn midweekje. Een mens beklimt weer eens de Maarnse berg om van bovenaf verlekkerd neer te zien op het kristalheldere water van de oude zandafgraving. Opvallend waren ook de volledig bezette auto’s met Pools nummerbord die in opperste verbazing over zoveel volk na kennelijk gedane arbeid naar hun tijdelijke verblijf op de camping hobbelden. Wat staan er trouwens mooie huizen midden in het bos! Verder viel me de heerlijke lommer van de Noord-Driebergen straten op afgezet tegen de sociale dwang die ik door de nieuwbouwwijken bezuiden de Hoofdstraat voelde kruipen.

Allesoverheersend tijdens zo’n avondvierdaagse is het dorpsgevoel. Je blijft groeten onderweg, want je komt iedereen tegen, van vroeger, van nu, van heel vroeger, van school, van de winkel, van werk, van op straat. De avondvierdaagse is een sociaal feest met een enkele verdwaalde asociaal tussen massa’s goede mensen. Dat is de gelukkige constatering van iemand die ooit spoog op huisje-boompje-beestje, maar op zijn tiende vaderdag alweer zijn vierentwintigste lauwer mocht ontvangen. Leve het dorp.

Geef een reactie