Harde Grens

Net voor de oorlog om de Levant echt uitbarstte treinde Anthon Keuchenius langs de toen nog rustige Turks-Syrische grens. Veel Turken en Syriërs ontmoette hij er niet, wel veel prikkeldraad. En veel Koerden. (1940 woorden, vierentwintig beelden)

Die Baghdadbahn

Op de gevel de letters Nusaybin, wit op blauw, net als bij ons. Het stationsgebouwtje zelf is op slot, maar er wordt druk gebaard vanuit een kringetje mannen dat verderop het omvangrijke rangeerterrein thee zit te drinken. Kom erbij vriend, ahlan wa sahlan, als ik in mijn steenkolenarabisch informeer naar de vertrektijd van de trein. De trein, jazeker. Morgenochtend, negen uur. Het kaartje koop je bij de conducteur.

Urfa (2)

Een van de strak gepakte mannen komt van de andere kant, uit Qamishli. Twemaal daags passeert hij de grens tussen Syrië en Turkije, voor ‘zaken’. Geen enkel probleem die grens, zegt de man, we zijn tenslotte allemaal familie. Het hele kringetje is Koerd. Mag ik met je mee, naar Nederland, doet een ander de standaardgrap. En natuurlijk: of ik daar niet meteen een vrouw voor hem kan regelen.

Urfa (8)

Ik informeer bij de Syrische Koerd nog even naar de demonstraties in Qamishli, die een aantal maanden eerder veertig mensen het leven gekost zouden hebben, toen het Syrische leger het vuur op demonstranten opende. Hij weet er niets van, of wil er niets van weten natuurlijk. Ik vis nog wat, maar de oorlog is hier kennelijk ver weg.

Urfa (1)

Nusaybin en Qamishli heten samen eigenlijk Nisibis. Ooit was Nisibis een belangrijke handelsplaats, ooit was er een veldslag, tussen Romeinen en Parthen, voorlopers van de Perzen, op hun beurt weer voorlopers van de Iraniërs. Nu ligt tussen de stadsdelen een wildgroene zone, afgebakend met prikkeldraad, rollen scheermesjes, aangewaaide plastic zakken en wachttorens. Dwars door het midden een weg, met halverwege twee vlaggenmasten en kantoortjes rond een slagboom: de grens.

Urfa (5)

Die grens is een gematerialiseerd hersenspinsel van Sykes en Picot, diplomaten die begrippen werden, nadat ze begin vorige eeuw namens grootmachten Frankrijk en Groot Britannië het Midden-Oosten verdeelden in invloedsferen. Sferen die als inktvlekken over historische kaarten liggen, en uitgroeiden tot voldongen feit: grenzen. Hoe arbitrair, dat kun je zien aan de soms loodrechte lijn die ze door het land trekken.

Urfa (4)

Pal naast de lijn tussen Turkije en Syrië ligt een spoordijkje met rails: die Baghdadbahn, of Bagdat Demiryolu. Lezen over de spoorlijn levert een rijke oogst aan inzicht op over de Levant, of wat bij ons het Midden-Oosten heet. Over de lange, rijke geschiedenis, en over de nimmer aflatende strijd om lebensraum binnen die enorme pluriformiteit aan religieuze en etnische bevolkingsgroepen.

Urfa (11)

Net als de Hejazbahn -een trein die de woestijn probeerde te penetreren, helemaal tot in Mekka- is de Baghdadlijn uitgestippeld door het Duitse keizerrijk, in een poging de oostelijke handelsroutes – en met hen de geschiedenis- naar de hand te zetten. Het bereiken van de Rode zee en Perzische golf overland, per trein, en daarmee de aanvoer van wapens en troepen, zou de Britse hegemonie oostwaarts eindelijk kunnen breken. Er zijn historici die de eerste wereldoorlog niet wijten aan dat ene pistoolschot in Sarajevo, maar juist aan deze Duits-Ottomaanse strategie.

Urfa (3)

Nusaybin-Ceylanpinar

Even voor negen uur vrijdagochtend klim ik het rangeerterrein op. Op weg erheen passer ik een lange rij vrachtwagens, die door besnorde chauffeurs een voor een haaks op de wagons worden gezet. Een kleine armada aan dragers en schuivers laadt koelkasten, airco’s en kleiner spul vervolgens over in een eindeloos lange rij treinwagons. Alles naar Kirkuk en Mosul, grote steden van een kennelijk florerend Koerdistan.

Urfa (9)

Ik klim de trein in de andere kant op, en neem plaats in een ouderwets comfortabele coupe: zes zetels, bagagerek, tafeltje met kacheltje eronder. Het raampje kan nog gewoon open. Wanneer de locomotief ons even later traag door Nusaybin trekt, moet het raam razendsnel weer dicht: stenengooiertjes!

urfa

Met gemiddeld drieendertig kilometers per uur tuft de dieselmotor door het Mesopotamische laagland. Links zie ik vierhonderd kilometer lang eerst de helling van het spoortalud. Vervolgens een hek, dikke rollen scheermesdraad en een karrespoor. Daarachter: Syrië. Nu en dan een grenspost, met af en toe een verzameling huizen erachter. Als ik in een bocht uit het raam hang zie ik een eindeloos lang lint aan goederenwagons achter onze twee wagonnetjes aan slingeren.

Urfa (11)

De grens loopt lang zo kaarsrecht niet als op de kaart, in werkelijkheid meandert hij licht door het kleiige platteland. De gewassen van dit herfstseizoen zijn aan beide kanten dezelfde: katoen, pompoen, en veel braakliggend land, dat tractoren juist nu ploegen en klaarleggen voor de teelt van wintertarwe. Ter linkerzijde is de agragrische aanpak grootschaliger, en met duidelijk meer structuur. Nu en dan rijst uit het land een tel op, als molshoop uit een strak gazon.

Urfa (13)

Tels, ook wel tal, of tepe, zijn de geacumuleerde overblijfselen van eeuwenlange bewoning, want netjes amoveren deden ze vroeger nog niet. Daags tevoren sta ik bovenop de tel van het Turks-Koerdische dorp Yuvacali, hemelsbreed zestig kilometer naar het noorden. Met boerenzoon Fatih loop ik rond de voet van de tel, opgebouwd uit vele lagen geschiedenis, omdat elke beschaving hier bovenop de vorige bouwt. Met de neus van onze schoenen schoppen we stukjes Byzantijns mozaïek, Romeins aardewerk omhoog. Fatih wijst me op de fundamenten van een Armeense kerk, en daar: van het Joodse kwartier van het dorp.

Urfa (6)

Fatih werd tot gids opgeleid door Alison, een struise Britse die vijf jaar geleden haar Istanboels luizeleventje inruilde voor opbouwwerk in het dorp van haar man, een Koerdsich ingenieur. De projecten waarmee ze het dorp hogerop probeert te tillen bestaan voor een belangrijk deel uit veel bezoek van Westerse toeristen. Geen all-inclusive volk, maar ecotoeristen die Alison bij aankomst streng toespreekt over kledingvoorschriften, na eerst uitvoerig de Koerdische geschiedenis te duiden.

Urfa (17)

Koerden, zegt Alison, zijn sterk verwant aan zigeuners. Lang geleden vertrokken uit India, neergestreken in Iran, druppelden ze langzaam door tot aan de Bosporus. ‘Vergeet dat ook ik een hoofddoek draag,’ zegt Alison. ‘Koerden mogen conservatief zijn, dat zijn ze vanwege hun cultuur, niet vanwege de islam.’ Koerden schaarden zich eeuwenlang achter het Yazidi-geloof; ze aanbaden daarbij de pauw. Zou je het op de man af vragen, dan zijn ze moslim. ‘Maar veel van hun gewoontes zijn nog Yazidi, ook al weten ze dat niet meer.’

Gobeklitepe 1024 (7)

Een paar dagen daarvoor bezoek ik Göbeklitepe, een andere tel, dertig kilometer verder naar het zuiden, waar professor Klaus Schmidt al dertig jaar met man en macht -een handvol Duitse archeologen en veertig Koerdisch arbeiders- graaft naar de wortels van sedentarisatie. Volgens Schmidt bouwde de mens in Göbeklitepe zijn eerste tempel, en kwamen daar zoveel mensen op af dat ongemerkt de sedentarisatie intrad. Ik schrijf er een stuk over, voor NRC Handelsblad, met een mooie foto. Hoe rijk is dit land wel niet, aan geschiedenis en verhalen. Elke stap een nieuw verhaal.

urfa

In Ceylanpinar, onze trein is drie uur en ruim honderd kilometers verder, is het gedaan met het rustige ritme van de rails. Koerdische gezinnen klimmen de trein op, een ervan stroomt mijn coupe in. Moeder en zoon doof, maar drukker nog als vader en nog eens vier kleine kinderen. Het kroost wordt uitbundig gevoerd, tot grote ergernis van nog een passagier in onze coupe, in wie ik een echte Dimitris ontwaar. Prominente neus, keurige snor, lange loden jas, gelakte schoenen; net als de grootvader van de Kretenzische familie waar ik lang geleden olijven voor plukte. Dimitris zoekt oogcontact, knikt zijn hoofd naar de familie, en haalt vervolgens zijn prominente neus op.

Urfa (11)

Of deze Dimitris nu Turk is, of Turkmeen, Armeen, Assyriër of Arabier, sunni of shia, of toch misschien een laatste christen, ik weet het niet meer. Ik probeer het in mijn Arabisch, zonder resultaat.

Dat het land verwarrend is blijkt ook wanneer ik een stukje over Alisson en haar Koerdische project inlever bij het tijdschrift Oneworld, over ontwikkelingswerk. Boven het stukje plaatst de redactie een label: Turkmenistan. Als ik de eindredactie later op de fout wijs volgen duizend excuses, maanden later gevolgd door emailtje: of ik nog in Turkmenistan ben, en er iets over kan schrijven.

Urfa (15)

Daags voor de treinreis loop ik twintig kilometer door de San Liurfa Delta, niet ver van de spoorweg, waar boeren niets dan katoen telen. Katoen telen kost veel water, water dat de Turkse overheid van Koerdische dorpjes hogerop heeft weggeleid, zodat die nu op een houtje moeten bijten, of Westerse toeristen cultureren natuurlijk.

Mijn voettocht eindigt in Harran, een stad die je moeiteloos tot een booming toeristisch trekpleister zou kunnen omtoveren. Hier geen tel, maar een enorme berg, laag na laag vol met historisch bewijsmateriaal van de lange, rijke bewoning. Abraham, bijvoorbeeld, zou in Harran gewoond hebben, voordat hij melk en honing ging zoeken.

Fier overeind staat nog de toren van wat de eerste universiteit ter wereld heet te zijn, en waar wetenschappers onder het vrijzinnige bewind van Khalief Harun al Rashid de basis legden voor algebra en sterrenkunde.

Bovenop de berg graaft een ploegje archeologen naar, ja naar wat eigenlijk? ‘Abraham, haha. We leggen huizen uit die tijd bloot. Maar Abraham, dat is eigenlijk een legende he,’ zegt de Turkse archeoloog, die klaagt over de zuinigheid van het Turkse departement van cultuur. Het is koud, het regent en de opgraving ontbeert een overdekking. Het water loopt precies het huis van Abraham in.

Urfa (2)

Alles wat pre-islamitisch is, voelt ongemakkelijk. Daar komt bij: Harran wordt bevolkt door louter arabieren, al eeuwenlang. Het mag potentie hebben, de toeristische realiteit blijft beperkt tot een enkel guesthouse, waar ik ’s avonds culinair in de watten wordt gelegd, met als toetje een shisha – de waterpijp-, politiek en geschiedenis. Neef Mahmud prijst premier Erdogan, die het water richting Harran liet stromen, zodat ze het hier nu goed hebben. Eigenaar en stamvader Abd al Malik vertelt dat de familie tweeeneenhalve eeuw geleden migreerde, vanuit Najaf, Iraq. ‘Daar woont nog veel familie.´

Urfa (4)

Terwijl ik me alle ontmoetingen herinner sukkelt de trein gestaag door. Ongemerkt heeft de prikkeldraadgrens plaatsgemaakt voor een enkel karrenspoor, met nu en dan een Syrisch wachtpostje verderop het land in.

Soms takt het spoor even af, tot precies voor de rails, om aan de Turkse kant zijn pad weer te hervatten. De boer, die moet ploegen, grens of niet. Even later keren de scheermesrollen ter linkerzijde af en toe weer terug, veelal in platgelopen staat.

Urfa (8)

Langer stopt de trein in Akcakale, een plaatsje zoals alle andere langs deze spoorlijn. Rechts de Turkse, links de Syrische Koerden. Ertussenin een grenpost met trots wapperende vlaggen.

Onze trein wordt heen en weer gerangeerd, er komen nog eens dertig wagons bij. Een groepje soldaten klimt onze wagon in. ‘Djawaaz, paspoort, please.’ Ze schrijven onze namen over in een dik boek. Ik vraag waarom, maar kom er niet achter wat er met dat boek moet gebeuren.

Urfa (19)

Een maand geleden kom in Akcakale opnieuw tegen, op televisie en in de krant. Er is een granaat neergekomen, afgeschoten vanuit Tell Abyad, de andere -Syrische- helft van het dorp. Een halve familie heeft de dood gevonden.

In NRC Handelsblad lees ik dat het dorp uit Arabische Turken zou bestaan. Een ander verslag heeft het over een Koerdisch dorp, en verslag verder wonen er voornamelijk Turkmenen. Op een foto van Der Spiegel zie ik vrouwen weeklagen, ze dragen allemaal de felpaarse hoofddoek: Koerdisch.

Urfa (16)

Vorige week kom ik ook halte Ceylanpinar tegen op het nieuws. Beelden van vluchtende families -koffer in de ene hand, kind op de andere arm- die eerst de platgelopen scheermesrollen passeren en vervolgens het spoortalud beklimmen, om in het veilige Turkije aan te komen.

Of het daar veilig blijft, is de vraag, want Koerden moeten niet teveel praatjes krijgen natuurlijk. Met dank aan Sykes en Picot.

Alisson Tanik organiseert (www.nomadtoursturkey.com is uit de lucht, lees hier hoe het verderging met Alison en Nomad) organiseerde  reizen door Zuidoost-Turkije, inclusief een meerdaagse wandeltocht die het begin is van het Abrahampath. Een absolute aanrader voor (sportieve) geografen en historici.
www.abrahampath.com blijft een aanrader

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden. NB. Zonder kosten, elke cent komt in het journalistenbeursje

Naar doneren

(stuk verscheen eerder ook in Geografie dec 2012 en op Blendle

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.