Krak

Een op de vijf mensen ontwikkelt ergens in het leven een fobie. Angst voor angst, begrijp ik, is wat een fobie tot fobie maakt.

Ooit, lang geleden, tijdens een saai hoorcollege, kwam ik daar dichtbij. Er nestelde ineens een vreemde gedachte in mijn hoofd: hoe zou het zijn als je tourette hebt. Voor ik het wist zat ik hevig zwetend in het collegebank veertig minuten lang ongewenste uitingen te onderdrukken. Leuk was het allerminst, wel leerzaam. Na afloop was ik een ervaring rijker. Ik voelde me meester van mijn angst.

Afgelopen winter had ik een soortgelijke ervaring, na het wekelijkse potje vadervoetbal, in de gymzaal van ons schooltje. De laatste vader van de tegenpartij stuurde ik met een sleepbeweging de verkeerde kant op. Nog twee passen en ik ging scoren. Not. De vader viel bovenop mij, en tezamen vielen we op mijn hand. Au, zei ik. Krak, zeiden twee middenhandsbeentjes.

fotohandcut450
Vier schroefjes

Opereren, zei de traumatoloog, want zo heet een bottendokter. Pas vrijdag bent u aan de beurt, zei de mevrouw van de intake, vinkte routineus mijn medische verleden af en mat mijn bloeddruk: honderdtwintig om honderdtachtig. Torenhoog, bromde ze. Ik schrok. Rustig maar, zei de anesthesist even later, na eenzelfde resultaat, terwijl ze me de verdovingsprocedure vast uitduidde.

Misschien heeft u wel witte-jassen-bloeddruk, zei de IC-verpleegster vrijdag, terwijl ze de zwarte binnenband rond de rechterbovenarm stevig oppompte. Piep, piep, piep, riep mijn monitor even later: mijn bloeddruk raakte de honderdtachtig. Logisch, dacht ik, met zo’n gezwollen hand werkt het hart toch op zijn allerhardst?

U moet er wel iets mee, zei de zaalverpleegster volgens protocol, toen ik ’s avonds het ziekenhuis weer mocht verlaten. De dag erna leerde ik alles over ‘extreme hypertensie’. Er bestonden veel meningsverschillen over risico en oorzaak, zei Google, maar de algemene teneur was: een sluipmoordenaar. Meteen pillen slikken zou niet goed zijn, zei mijn huisarts, toen ik hem toevallig tegenkwam op straat, om daar aan toe te voegen: Maar je moet er wel iets mee.

Mijn ratio verloor het langzaam van de angst. Steeds nadrukkelijker rukte het hart op naar de keel; klok, klok, boink, om daar langzaam weer te vervagen. Overal doken symptomen op. Die rare aders op het onderbeen, lagen die daar niet heel erg opgepompt aan het oppervlak? ’s Nachts werd ik badend in het angstzweet wakker, het hart hevig kloppend in de keel. En voelde ik daar geen pijn op de borst?

Ik moest er wat mee. Ik leende een oude bloeddrukmeter van mijn vader en mat mezelf: nog altijd honderdtachtig om honderdzeventien. Een dag lang liet ik alle zout, koffie en alcohol staan: nul effect. In beheerste paniek belde ik de huisarts: op vakantie. Zijn vervanger hoorde me aan, pakte mijn arm en mat de bloeddruk op beide armen. Honderdveertig om vijfennegentig. Opluchting. Gebruik nooit oude bloeddrukmeters, zei ze. Ga over een tijdje toch nog eens langs uw huisarts, zei ze ook. Voor de zekerheid.

Dat is drie maanden geleden. Ik voel me kiplekker en superfit. De zwelling in mijn hand is nagenoeg verdwenen, dus heeft mijn hart het ook weer rustig. Denk ik. Laatst sprak ik een moeder op het schoolplein. Zij had onlangs de tweehonderdtwintig bovendruk gehaald en zat stevig aan de pillen. Gisteren zat ik bij de tandarts voor de jaarlijkse controle een lang papier in te vullen. Die vermaledijde verplichte bureaucratie, verontschuldigde de tandarts zich. Ik vinkte gestaag door. Heeft u last van hoge bloeddruk? Nee hoor, vinkte ik.

(Iets ingekort en geredigeerd verschenen in Vizier, blad van ADF-stichting, juni 2011)

Geef een reactie

.