Quantumwoning: Het nieuwe startershuis

De quantumwoning heeft geen mooie naam,  wel een verhaal dat te mooi is om waar te zijn. Of: hoe je een onbetaalbare starterseengezinswoning beter en toch goedkoper maakt. ”We zijn helemaal opnieuw begonnen met het denken over een huis.”
(eerder in NRC Handelsblad/product) Twee harde doelen stelden de bedenkers van het quantumhuis zich een jaar geleden. Eén was de ambitie een wat grotere stap te maken met het ecologisch maken van woningen. Twee was de wens die ambitieuze woningen bereikbaar te maken voor starters. ”Want,” zegt Edwin Smit (40), architect van MIII architectenbureau en lid van het ‘quantumteam’: ”Ik ben het zat dat ecologische woningen alleen voor rijken en fanatiekelingen zijn weggelegd.” Logisch uitgangspunt was houtskeletbouw. Smit: ”Stapelbouw en gietbouw voeren in Nederland nog altijd de boventoon, maar hebben hun langste tijd gehad. Het zand en grind raakt op. Bovendien worden de muren steeds dikker, want om de energieprestatienorm te halen moet er steeds meer tussen die muren. Dat gaat ten koste van het vloeroppervlak.” Houtskelet heeft dat probleem niet, want er zijn geen muren, alleen stijlen (palen) en balken, met isolatie in de vakken daartussen.Uitgangspunt twee was het gebruik van louter herwinbare bouwmaterialen. Het skelet was al van hout, de vloeren moesten ook van hout, bedacht het quantumteam. In de ruimten tussen het houtskelet stopten ze wol. De buitenkant van het skelet dekten ze af met pavatex –platen van herwinbaar houtpulp- en de binnenkant met fermacell –een gipsplaatvariant met papierpulp. Opgeteld bereiken deze materialen isolatiewaarden die hoger liggen dan bestaande constructies. Samen zijn ze bovendien volledig dampopen: ze nemen overtollig vocht op en staan het gestaag weer af. Wol heeft als pluspunt nog dat het ongewenste gassen uit het binnenmilieu onttrekt en aan zich bindt. Verstopt in binnenmuren en vloeren kwam een slangenstelsel waar de ketel warm water doorheen pompt: de lagetemperatuurverwarming. Alles tezamen resulteert dat in een woning met een ‘gezond binnenmilieu’. Dat klinkt zweverig, beaamt Smit, maar is het niet, want het levert geld op. Zo publiceerde de overheid van Californie onlangs een studie waaruit bleek dat ‘green buildings’ goedkoper zijn dan gangbare bouw. Het verschil zat hem voor een kwart in lagere energie-, sloop- en afvalkosten. De rest van de winst kwam voort uit lagere gezondheidskosten en een verhoogde arbeidsproductiviteit.Toch zijn het bovengenoemde materialen die een huis in ‘stichtingskosten’ gewoonlijk duurder maken, terwijl dat huis juist betaalbaarder moest worden. Smit: ”Dus zijn we opnieuw begonnen met denken over een huis. We hebben alle bouwdelen losgehaald en geanalyseerd.” Smit bouwde het huis vervolgens weer op vanuit een simpeler constructievorm, die teruggrijpt op het vierstijlensysteem, bekend van de stolpwoning; houtskelet zonder dragende tussenmuren. Om toch stabiliteit in de constructie te krijgen, plaatste hij een stabilisatiekolom in het centrum. In die kolom –die ook in de scheidingsmuur tussen twee woningen verstopt kan worden- zitten alle leidingen en kabels van het huis verstopt. De kolom is onverplaatsbaar, maar maakt de rest van het huis vrij inrichtbaar. Het huis wordt verder als een puzzel opgebouwd uit geprefabriceerde bouwdelen. En daar zit de winst: de bouwtijd van het quantumhuis is teruggebracht van zes naar twee maanden. Smit illustreert dat graag met de gang van de elektricien: ”Die moet gewoonlijk een keer of zes naar de bouwplaats, telkens een stukje werk doen tussen de metselaars, timmermannen en stukadoors door. Eerst wat pijpjes aan een vloer knopen, later de pijpjes en doosjes omhoog frezen in de wanden. Weer terug om de draadjes te trekken. Daarna stekkerplaatjes en schakelaars opschroeven en weer terug om alles aan elkaar te knopen. Bij het quantumhuis komt hij één keer naar de fabriekshal om alles in elkaar te zetten, en nog een keer naar het huis om de draadjes aan elkaar te knopen. Tel uit je winst.” Nog meer winst behaalde het quantumteam door de leveranciers van de materialen bij het project te betrekken en op maat gesneden, bindende offertes uit te laten brengen, waardoor een geheel afgebouwde budgetuitvoering van het quantumhuis op slechts €45.000 komt. Smit: ”Die prijs staat, daar liggen keiharde afspraken onder.” Het laatste stuk winst komt uit de groenhypotheek van de ASN-bank, waardoor de maandlasten voor de goedkoopste uitvoering van het quantumhuis teruggebracht kunnen worden tot onder de €300.Revolutionair zijn de ideeën allemaal niet, de uitkomsten wel. Smit. ”Voor ontwikkelaars en aannemers is dit moeilijk. Ze zijn dit niet gewend. Al hun mensen en apparaten zijn afgestemd op een rad dat moeilijk is stil te zetten. ” Toch heeft Smit al twee particuliere quantumwoningen verkocht. De gemeenten Arnhem en Hoorn zijn al grootschalig aan het rekenen, andere gemeenten en ontwikkelaars staan in de rij. Marcel Roozendaal van Ooms Bouwmaatschappij, participant in het quantumhuis, noemt het concept ‘onderscheidend’ in de markt: ”Dit concept kan zeker groot worden. Door hoogconjunctuur en regelgeving zijn woningen steeds duurder geworden. Hiermee ga je terug naar de basis, zonder het uit te kleden. Je krijgt waar voor je geld. Een sobere, degelijke woning als basis, waarmee starters op de markt kunnen komen, en dat moet echt eens gebeuren. Maar ook aanpasbaar en flexibel, zodat je dezelfde woning goed uit kan breiden en een eigen smoel kan geven.” Renze Schram, van projectontwikkelaar De Peyler, gelooft evenzeer in de quantumwoning: ”De Nederlandse consument is superbehoudend, die zegt: eerst zien, dan geloven. Het mooie hiervan is dat het product al vertrouwd is, die stolpboerderijen staan immers al eeuwen. Meestal is duurzaam ook duurder. Hier niet. De conclusie moet dus zijn dat het er heel goed uit ziet.” De Vereniging Eigen Huis (VEH) staat bij monde van Hans André de la Porteniet te springen over de lage prijs: ”Het probleem in Nederland zit ‘m niet in de bouwkosten, maar in de hoge grondprijs. Ontwikkelaars –en dat zijn ook gemeenten- willen altijd het maximum uit de grond halen. Dat maakt de woningen duur.”  Over het technische concept is hij voorzichtig optimistisch: ”Houtskeletbouw heeft risico’s en voordelen. Niet goed gebouwd zijn de problemen niet te overzien. Wel goed gebouwd is de aanpasbaarheid een groot voordeel. Consumentgericht bouwen kunnen we alleen maar loven. We komen de woning graag keuren.”

Geef een reactie