Catch NVJ

De NVJ wil mij niet als lid. Omdat ik niet genoeg verdien. Maar ik verdien niet genoeg omdat de NVJ niets voor mij wil doen. Fijne catch. Zo gaat het:

De NVJ vindt een journalist pas een journalist wanneer de journalist tenminste de helft van het minimumloon verdient. Nu ben ik inderdaad een armoedzaaier, altijd geweest, maar dat betekent nog niet dat ik geen journalist ben. Arm ben ik omdat ik liever goed dan snel ben, en liever geen lege stukjes schrijf. Arm ben ik ook omdat ik een deel van de werkweek voor de kinderen zorg, want zij zijn klein, ik ben hun vader en hun moeder wil ook wel eens wat.

Maar de rest van de week doe ik niets anders dan verslag geven en stukjes verzinnen. Dat doe ik nu al drie jaar. Eerst deed ik dat voor een huis-aan-huisblad, toen voor het regionale dagblad, en tot mijn grote vreugde lees ik me nu ook af en toe in de landelijke dagbladpers.

Dus nadat ik me vorig seizoen ook nog eens voor een kleine zesduizend gulden postacademisch had laten bijscholen aan de Utrechtse journalistenschool, dacht ik: nu ben ik een heuse journalist, laat ik me aansluiten bij mijn vakbroeders en -zusters! ”Helaas beste collega”, zo schreef de NVJ op mijn aanvraag, ”maar voor het lidmaatschap moet toch een bredere journalistiek basis aanwezig zijn.” Wat bleek, ik ben geen echte journalist, want ik verdien niet genoeg geld met wat ik doe.

Graag wil ik de collega’s uitleggen hoe dat komt. Misschien heel suf, maar toevallig doe ik werk dat niet best betaald wordt. Het is mooi om freelance voor de landelijke dagbladpers te werken, maar het betaalt matig tot schandalig slecht. Het is ook mooi om freelance voor het regionale dagblad te werken, lezer en onderwerp zijn immers dichtbij. Maar het loont niet. De freelancer, in dit geval met de functie ‘correspondent’, krijgt een fooi toegeworpen, bruto. Ook al schrijft hij samen met de andere ‘correspondenten’ de halve regiokrant vol en heeft hij daarmee een groot aandeel in het bestaansrecht van het verschijnsel regionaal dagblad.

Onlangs pleitte ik bij de hoofdredacteur voor wat meer geldelijke waardering. Hij had ‘begrip voor mijn zorg’, schreef hij terug, maar kon niet meer betalen, want dan zou hij ook sociale lasten moeten betalen. Hoe schrijnend, van de fooi die we krijgen moeten we dus zelf maar de sociale lasten en verzekeringen betalen. En wat een larie, natuurlijk zijn er wegen om tot een normale arbeidsverhouding te komen. Maar uitzoeken of tegenstand bieden kan ik niet, want ik mag geen lid worden van de NVJ. Dus nu zit ik in de situatie dat ik zo weinig verdien omdat ik zo weinig verdien. Fijn is dat, zo’n vakbond die zorgt voor de kleintjes in de Nederlandse journalistiek.

(Ingezonden brief geplaatst in: De Journalist, 14 december 1999)

Geef een reactie

.