Socotra, eiland van Jemen: wie het hoogste biedt, die is er de baas

Het afgelegen Jemenitische eiland Socotra leefde lang in isolement, maar is na vier jaar oorlog in het moederland uitgegroeid tot een gewild stukje Jemen. Buurlanden, donoren en vastelanders vechten er om de gunst van de eilanders. (1823 woorden, twaalf beelden, zeven minuten)

Op de verre oostpunt van het eiland Socotra -uurtje rijden vanaf hoofdstad Hadibou- bouwt Amin Al Fadli (60) al tien jaar aan zijn villa. Wonen kan hij er bijna, vensterloze uitsparingen in de dikke muren geven alvast zicht op de hypnotiserende golfslag van de Indische oceaan. In zijn rug rijzen kalkstenen rotsen een halve kilometer steil op naar een hoogvlakte, waar de spitse bladeren van antieke drakenbloedbomen vocht onttrekken uit de laaghangende wolken en zo al eeuwenlang zorgen voor zoet water, voor de eilanders in het dorpje beneden.

Nu dus ook voor nieuwkomer Al Fadli, afkomstig van het Jemenitische vasteland en werkzaam als elektrotechnisch ingenieur in Saoedie Arabie. ‘Kijk,’ wijst hij verderop, dat wordt ons privéstrandje. En daar wil ik nog wat chaletjes bouwen, misschien dat ik die kan verhuren als het gedoe voorbij is en het toerisme weer aantrekt.’

Galapagos van de Indische oceaan

Socotra is een eiland met een buitenaards landschap vol prehistorische bomen en vergezichten waar je je eindeloos aan wil vergapen. Lang was het eiland -ongeveer tien maal Texel, vijfenzeventigduizend eilanders – een lieveling van de internationale gemeenschap, die het in 2008 uitriep tot werelderfgoed. Westerse donoren financierden projecten die de unieke en kwetsbare natuur moesten beschermen, terwijl de Socotri zich sustainable mochten ontwikkelen. Maar sinds er oorlog uitbrak in moederland Jemen is het gedoe.

Reizigers merken dat direct als ze op Socotraanse luchthaven landen. Pling, zegt de telefoon: welcome in the United Arab Emirates. Meert de reiziger aan in de zeehaven, dan is de afzender de Saudi Telephone Company: welcome in the Kingdom of Saudi-Arabia. De reiziger ziet verder slechts vriendelijke Socotri. ‘Welkom op Socotra,’ lachen ze het handvol reizigers toe. Onderweg naar de stad wapperen verwarrend veel vlaggetjes van de Verenigde Arabische Emiraten, op de lage stenen huisjes langs de weg.

Een eiland leasen

De vraag wie er nu feitelijk de baas is op Socotra zweeft al bijna vier jaar boven het eiland, sinds de oorlog op het verre vasteland van Jemen uitbrak en Houthi-rebellen er de regering verjoegen. In ruil voor hulp hen terug in het regeringszadel te helpen, leent die verjaagde regering Socotra uit -voor negenennegentig jaar!- aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), coalitiegenoot in de oorlog tegen de Houthi’s.

Geen grap, zegt een bron op het eiland die anoniem wil blijven, uit angst voor gedoe: ‘Er is daadwerkelijk zo’n leasecontract opgesteld en ondertekend door de toenmalige Jemenitische premier Khaled Bahah. Alleen is het contract nooit ondertekend door de Jemenitische president Hadi.’

Hoe dan ook gaan de Emirati’s uit van een deal en nestelen zich vanaf medio 2015 stevig op het eiland, waarmee ze sowieso al eeuwenlang handels- en familierelaties onderhouden. Er stroomt veel geld het eiland op. Gastarbeiders uit Abu Dhabi en Dubai leggen een nieuw elektriciteitsnetwerk aan, waardoor er ineens 24/7stroom is. Er komen GSM-masten, die de blije eilanders op de sociale media aansluiten waarop ze nu dagelijks de lof voor de gulle Emirati’s zingen.

De kleine zeehaven -de levensader van Socotra werd november 2015 weggevaagd door passerende cyclonen- wordt met veel Emiraats geld hersteld, net als veel weggespoelde wegen, waarlangs gevluchte Jemenitische vastelanders -Socotri zie je zelden zulk werk doen- nu geulen graven voor verdere uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Gloednieuwe schoolbussen rijden naar afgelegen dorpjes om kindertjes naar nieuwe Emiraatse scholen te brengen. Langs het nieuwe voetbalveld in hartje stad staat in dikke letters: ‘Bedankt, Emiraten de Goede!’

De Emirati’s gaan te ver, de Saoedies komen helpen

Maar de Emirati’ s overspeelden afgelopen zomer toch hun hand. Een volkstelling waarbij elke Socotri op de foto ging -natuurlijk tegen forse beloning- doet vermoeden dat ze Socotra daadwerkelijk willen inlijven. Daarna begon het ronselen van eilanders voor een nieuw lokale strijdmacht, zoals die ook op het Zuid-Jemenitische vasteland al jaren de Emiraatse orde handhaven. De soldij bedraagt driemaal een onderwijzerssalaris, de toeloop is groot. Ter ondersteuning komt militair materieel over en Emiraatse instructeurs, die de eenzame Jementische militairen alvast verjagen van zee- en luchthavens.

De gekrenkte Jemenitische regering -de minister die de Socotradeal sloot is allang vervangen- reist af naar het eiland en wat volgt is een impasse tussen oude Jemenitische en nieuwe Emiraatse bestuurders. Dagenlang laten de twee partijen de Socotranen voor zich demonstreren, tegen betaling. ‘De Emiraatse demonstranten waren duidelijk talrijker. Ik denk dat die meer betaald kregen,’ aldus de anonieme bron.

Troepen uit Saoedie-Arabie -de andere partner in de oorlog op het vasteland- maken uiteindelijk een einde aan de impasse. De gouverneur wordt vervangen door een Socotri die minder gretig uit de Emiraatse hand eet. De Saoedies sturen de Emiraatse militairen naar huis en nemen intrek in het gebouw van de Environmental Protection Agency (EPA), dat de afgelopen decennia met veel geld en moeite door de internationale gemeenschap is opgezet om de kwetsbare natuur op Socotra te beschermen. Voor de poort twee kaki pantserwagens, ertegenover de qatmarkt, waar Jemenitische dagloners en Socotri gebroederlijk hun zakje komen halen om de middag kauwend mee door te komen.

De gespannen rust op Socotra is nu al tien maanden vormgegeven in een fragiele status quo, zoals die ook al jaren op het zuidelijke vasteland van Jemen geldt: de Jemenieten zijn de jure de administratieve baas, de Emirati’s de de facto baas, met op de achtergrond een onduidelijke rol van Saoedische militairen. Wat rest is een bestuurlijk vacuüm vol informele regels. Voortdurend speuren de Socotri wegen, zee en lucht af naar komende en gaande gasten van hun eiland, dat feitelijk een uitgestrekt dorp is. ‘Wie bouwt die moskee daar, zijn dat de Saoedies?’

Wie het meest biedt, die mag het zeggen

Emiraatse gastarbeiders bezetten nog altijd nagenoeg alle verdiepingen van Touristhotel Socotra, waar al vier jaar geen toeristen meer komen. Terug van werk grijpen ze in de lobby een maaltijd mee van een Emiraats cateringbedrijf. Op verdieping twee slurpt Denis -Filippino uit Dubai- een kopje thee. ‘Morgen terug naar huis,’ verzucht Denis, die vier saaie weken sleutelde aan nieuwe Emiraatse GSM-masten. Indiase arbeiders -overdags bouwen ze een nieuwe vleugel aan het Emiraatse ziekenhuis- spelen op de eerste verdieping een verveeld potje rummikub.

Maar nog dit jaar opent ook het nieuwe Saoedische ziekenhuis aan de rand van Hadibou, waarna het eiland naar verwachting een overschot aan bedden zal hebben. Nieuwe Saoedische bussen brengen Socotraanse scholieren naar nieuwe Saoedische scholen. Aan de conservatievere zuidkant van het eiland laten de Koeweiti’s en Qatari zich gelden met ontwikkelingsprojecten.

De meeste Socotri laten het zich aanleunen, er valt immers aan te verdienen. De Emirati’s blijven andere donoren nog voor in populariteit, zie je ook als een lange rij toeterende en vlaggende wagens passeert met mannen in gele t-shirts, op weg naar het vliegveld. ‘Die komen Bin Mubarak verwelkomen,’ legt eilander Ahmed al Qawi uit. Even later brommen er drie gyrocopters boven hoofdstadje Hadibou. ‘De Emirati’s gaan naar hun huis,’ zegt al Qawi.

Nog wat later sjouwen groepen gele t-shirs door de kustdorpen, van huis naar huis. ‘De Emirati’s delen soms letterlijk dozen vol chocola uit,’ zegt eilander Esmail, die liever niet met zijn achternaam in de krant wil, bang voor gedoe. ‘Dus natuurlijk kiezen de eilanders voor de Emirati’s. De Socotri zien inmiddels dat hun eiland waarde heeft en onder de Emiraatse paraplu het meest oplevert.’

Sustainable

De westerse wereld heeft intussen het nakijken, met hun sustainable projecten. ‘Zo wordt mensen geleerd te bedelen,’ concludeert vastelander Omar Al Saghier, die namens de United Nations Develoment Program (UNDP) ontwikkelingsprojecten komt inspecteren. ‘Op het vasteland van Jemen gaat het al langer zo. Maar gratis dingen weggeven, dat werkt niet. Dan hebben de mensen er geen zorg voor,’ aldus Al Saghier, die concurrentie ervaart van de nieuwe donoren. ‘Als ik onze voorwaarden voor financiering uitleg zeggen ze steeds vaker: we gaan wel ergens anders vragen.’

Maar dorpelingen klagen bij Al Saghier dat de Emiraatse heerser zijn helikopter ad hoc landt in afgelegen bergdorpen, om ook daar met geld en projecten te strooien. ‘Ze zijn bezorgd dat hun leven wordt verstoord. Er wordt niet nagedacht over de gevolgen. Er komt zoveel geld Socotra binnen dat prijzen nu enorm stijgen, waarbij degenen die niet in het Emiraats netwerk zitten het slachtoffer zijn,’ aldus Al Saghier.

Een villa aan zee

Ook de internationale wetenschappers die Socotra al zo lang koesteren zien het met lede ogen aan, want veel zorg voor de kwetsbare natuur is er niet, bij de wildgroei aan investeringen. Hoofdstad Hadibou -dertig jaar geleden nog een nietig vissersdorpje- is veranderd in een enorme bouwput, gelardeerd met autowrakken en de lucht vol dwarrelende plastic zakjes. ‘In mei blazen de zomerwinden alles de zee in en is de stad weer netjes schoon,’ zeggen de Socotri lachend.

In zijn villa in aanbouw ver weg van Hadibou moppert Amin Al Fadli vooral over de voortdurende vraag naar bakshies van de Socotri. Al Fadli investeerde eerder in buitenhuisjes in Europa en deze op Socotra kost minder geld, maar wel heel veel tijd; bouwmateriaal is moeilijk te krijgen en aannemers bijna onmogelijk aan te sturen. Verder lag de bouw drie jaar stil toen de grond die hij kocht van de lokale stam ook werd geclaimd door een andere stam. En eigenlijk mag je niet binnen vierhonderd meter van de kust bouwen, maar ook daarvoor werd een pragmatische oplossing gevonden.

Bij het oplossen van die conflicten hielp wel dat Al Fadli de informele wegen kent en bovendien nazaat is van de Sultan van Abyan, een provincie op het zuidelijke vasteland van Jemen. Daar heeft de familie ook bezit, maar is het niet veilig, zegt Al Fadli. ‘Hier wel, want het is een eiland. Er kan hier niets gebeuren en de kosten zijn laag. In Europa heb je al die belastingen, aanslagen, verzekeringen. Hier heb ik rust, schone lucht, zonneenergie en een fenomenaal uitzicht, zonder veel kosten.’


Inzetje: Met de cementboot

Socotra bereiken is geen sinecure, want het eiland is ver weg en zit al ruim drie jaar op slot. Er landen vliegtuigen, maar witte buitenlanders komen niet gemakkelijk aan boord: visa worden niet graag verstrekt, formeel omdat het eiland onderdeel is van Jemen, een land in oorlog; dan kun je toch geen toeristen ontvangen. Informeel omdat men liever geen pottenkijkers heeft op een eiland in verwarde staat.

Er is een sluiproute: de cementboot vanuit Salalah, Oman. Oliemannetjes regelen de uittocht uit Oman en de intocht op Socotra. Via whatsapp krijg je bericht van vertrek van het houten schip, bemand door twaalf Indiers uit Gujarat, garantie voor lekker eten onderweg. Het duurt wel even; het schip tuft maar vijf knopen, Socotra ligt veertig uur gaans.

Ook het visum komt per whatsapp, via een oliemannetje aan de andere kant; een werkvisum, bedoeld voor een trouw legertje wetenschappers dat het eiland boordevol ornitologische, zoologische, archelogische en botanische geheimen al decennialang frequenteert. ‘Work’, staat ook op het visum van de verslaggever. ‘Je mag met mensen praten’, zegt oliemannetje Mohammed. ‘Maar er is een voorwaarde: je mag geen officials interviewen.’

Eén gedachte over “Socotra, eiland van Jemen: wie het hoogste biedt, die is er de baas”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.