Intercultureel ontmoeten

(published in TGI)

Het Abrahampad is een pelgrimsroute die van begin tot eind verzonnen is. Min of meer in het voetspoor van aartsvader Abraham rijgen toeristen er al wandelend historische en religieuze plaatsen aaneen. Onderweg is de dialoog tussen joden, christenen en moslims een belangrijk doel, maar geld verdienen ook. 

Het Jordaanse noordelijke hoogland is kennelijk erg vruchtbaar. De olijfbomen op alle heuvels hangen vol dikke olijven. De grond is van vette klei en water is er hier altijd, zegt gids Mahmoud Hawawreh. Aan het begin van Wadi Orjan komt het water zelfs gewoon uit de grond (ain/bron) . Boer Ahmad en vriend Wael vullen er hun tankwagen mee. Voor de bomen hogerop, zegt militair Wael, die op vierdaags verlof is. Het Jordaanse leger rekruteert graag jongens uit de bergen rond Ajloun, want die zijn bij geboorte al afgehard, betrouwbaar en koningsgezind. Te lang? Het Abrahampad vindt hij een fantastisch idee. "Heel goed, toerisme. Wij Jordaniërs zijn een genereus volk. Geven vinden we prettig. En misschien dat het pad de volkeren bij elkaar brengt", antwoordt hij, een tikje braaf. Gastvrouw Fatima brengt ons intussen zoete saliethee, vijgenkoekjes en de shisha -de waterpijp met appeltjestabak. Fatima verzorgt ons zo goed dat Mahmoud haar in zijn telefoonlijstje zet. "Hier kan ik heel goed mensen laten eten", zegt Mahmoud later.

Dromen

Het Abrahampad moet een pelgrimsroute worden, net als de Camino de Santiago dat is in Zuid-Europa. Initiatiefnemer Elias Amidon – Amerikaan met Griekse en Britse wortels – was jarenlang reisleider. Steeds vaker waren dat reizen naar het Midden-Oosten, op het laatst zelfs reizen geheel zonder programma. "Met een groep mensen naar Syrië en gewoon met de mensen praten. Vragen. Wat denk je, wat hoop je? Heb je ooit dromen gehad, en wat is daarvan geworden? Dan merk je dat voorbij de small talk een vertrouwensband groeit." Vrienden op Harvard University raakten geïnspireerd, adopteerden het idee en verzonnen het Abrahampad. Abraham omdat die als aartsvader van joden, christen en moslims een bindende factor is. Een pad omdat Abraham in alle heilige boeken van Turkije naar Palestina trok, dwars door de landen waar vrede en voorspoed nu soms niet veel meer zijn dan een illusie. Pas na een lange studiefase kreeg het idee de huidige vorm: een pelgrimspad dat historische en religieuze plaatsen aaneenrijgt. In dit geval van Turkije naar Palestina, via Syrië en Jordanië, en met vertakkingen naar Egypte, Irak en Israël. Dikke druppels najaarsregen wassen het stof van de olijfbomen. We lopen van Orjan naar de burcht van Ajloun, een kilometer of zeventien door dorpjes, over landbouwweggetjes en nieuwe stukjes pad, nog maar pas geleden uitgezet. "Kijk", zegt gids Mahmoud ineens, "als je vrouwen zonder hoofddoek ziet, dan zijn het christenen. Dit huis bijvoorbeeld, zullen we daar even thee drinken, dan kan je kennis maken met christenen." Mahmouds woorden bevallen de gastvrouw maar matig. "Mahmoud, wat zeg je nu? We zijn hier toch allen broeders en zusters? Waarom ben ik nu ineens een christen?" Na de thee passeren we een uit de rotsen gehakte antieke badplaats en lopen over de ruïnes van Byzantijnse huizen. Even later bereiken we Tel Mar Elias, een van de belangrijkste plekken langs het Abrahampad, volgens Mahmoud. In de verte zien we de Jordaanvallei liggen, met daarachter het land dat de een Israël en een ander Palestina noemt. Onder onze voeten liggen mozaïeken van veertien eeuwen geleden, kort geleden opgeduikeld bij opgravingen. De resten van een immense kerk, in de zesde of zevende eeuw opgericht ter ere van de profeet Elias, die een heuvel verderop werd geboren.

Geld verdienen

De burcht van Ajloun – het kasteel van kruisvaardersbestrijder Saladin- is ons volgende doel. We zien het liggen, vier, vijf heuvels verderop. Alleen is hier nog geen Abrahampad, dus zullen we verder moeten over de asfaltweg. Een langeafstands-wandelpad is het Abrahampad nog niet helemaal. Er is een idee, er is veel goede wil en er zijn flarden pad. In Palestina liggen vijf dagmarsen klaar, in Turkije zijn ze naar verluidt ook aardig bezig. In Jordanië bestaat de route nu uit amper drie dagmarsen. Klopt, zegt Daniel Adamson, regionaal coördinator van het Abrahampad later. "Dit is een ambitieus project, iets dat je niet zomaar van de grond tilt. Het is eerder een project van generaties dan van jaren." Via het asfalt komen we uiteindelijk toch bij de burcht van Ajloun. Daar treffen we een delegatie Israëli' s op generale repetitie voor een nieuwe autoreis. Vier dagen van Noord naar Zuid over de heuvels ten westen van de Jordaan, de grens over bij Akaba en in vier dagen terug langs de Jordaanse kant. "We stoppen op plekken met historisch en religieus belang". zegt de delegatieleider. We vertellen hem van het Abrahampad, dat het iets soortgelijks doet. "Nooit van gehoord. Leuk idee." Heeft zijn reis misschien ook iets met vrede van doen? Hij snuift wat misprijzend zijn neus. "Ik heb geen probleem met vrede. Maar we hebben daar verder niets mee. We zijn een bedrijf, we willen gewoon geld verdienen." Geld verdienen is ook een doel van het Abrahampad. De bevolking langs het pad moet de pelgrims niet alleen intercultureel gaan ontmoeten, maar ook van hen gaan profiteren. Lijfspreuk van regionaal coördinator Daniel Adamson is 'lokaal eigendom': "Zodra er een minimale infrastructuur ligt willen we de deelprojecten eigenlijk zo snel mogelijk overdragen." Die overdracht is aan mensen als Mahmoud, onze gids. Mensen die gereisd hebben, Engels spreken en intermediair kunnen zijn tussen toerist en gastheer. Want een van de aantrekkelijkste kanten van het Abrahampad is het slapen bij de mensen thuis. Vanavond, met de tweede zeventien mooie kilometers door het rurale Jordaanse hoogland in de benen, slapen we bij Aenas, alweer militair. De salon wordt voor ons vrijgemaakt, de vrouwen verdwijnen schielijk achter dichte deuren. Het eten dat ze achter die deuren bereiden is overheerlijk, maar een kans om hen daarvoor te bedanken komt er niet. "Ach, weet je", zegt Mahmoud later, "het is voor hen nog vreemd. Zodra gewenning optreedt, komen ze heus tevoorschijn. Je moet daarvoor geduld hebben." Gastheer Aenes – de hartelijkheid zelve – is een andere mening toegedaan. "Vrouwen en mannen horen niet bij elkaar. Ik moet nog vier jaar werken om een huis en een auto bij elkaar verdienen. Pas dan ga ik trouwen. Maar vanaf dag een zal ik niet met mijn vrouw eten." Dan volgt ineens een interculturele opening: "Maar vertel, hoe gaat dat bij jullie?"

List

Klein probleem, zegt Daniel Adamson, is Syrië. Paden en stokoude religieuze plaatsen, het land ligt er helemaal vol mee. Neem klooster Mar Mousa, dat verdwijnt in een beige bergtop midden in Syrië, op veertienhonderd meter hoogte. Ooit was het een Romeinse wachttoren langs de karavaanroute naar India, later een klooster. De Italiaanse Padre Paolo begon in de jaren negentig met het herstel van de ruïne. Nu ontvangen de acht monniken en twee nonnen dagelijks bezoekers die de lange trap naar boven beklimmen, voor ontmoeting, contemplatie en spiritualiteit. Kandidaat monnik Daniel brengt de nieuwe gasten thee terwijl de omgeving zich baadt in het monochrome schemerlicht. Kort daarop is het tijd voor een uur meditatie in de prachtige kerk. Het uur daarna is gereserveerd voor een gebedsdienst in het Arabisch. Vervolgens wordt er gezamenlijk gedineerd. De kloosterpraktijken passen voorbeeldig in de gedachte van het Abrahampad, en wandelen kan langs de oude karavaanroute ook goed. Alleen, sinds de mensen van het Abrahampad pad ook Israël wil aandoen, is het uit met de Syrische medewerking. Gelukkig is daarop een list verzonnen. "We gaan hen helpen met het uitzetten van een Syrian Cultural Walking Trail", verklapt Daniel Adamson. "En dat laten we dan zonder het te zo te noemen, toch deel uitmaken van ons pad."

Geef een reactie

.